“We praten veel over systeemverandering, maar veel minder over de condities waaronder mensen kunnen floreren en kantelen, ook in organisaties.”
Ik was bij de concertlezing van Jan Rotmans op het Cleantech Park in Arnhem, waar hij sprak over zijn boek Kanteltijd. Prachtig. Persoonlijk. Pakkend. Een raak pleidooi.
Kanteltijd.
Dat woord resoneert bij mij, omdat ik me dagelijks afvraag waarom we niet in staat zijn om eerder te kantelen. Waarom wachten we tot we ziek zijn, tot de diagnose is gesteld, tot de schade zichtbaar is? Waarom niet eerder? Gewoon Anders?
Het raakt mijn missie. Het is mijn levenswerk.

Ik zou willen dat iedereen in staat is tijdig te kantelen. Niet wachten tot de ramp zich heeft voltrokken, we met een burn-out thuiszitten of het vonnis is geveld. Kantelen betekent eerder durven kiezen. Weten welke condities aanwezig moeten zijn om gezond te kunnen leven en werken. Weten wat de gezonde keuze is.
Dat geldt voor een organisatie.
Dat geldt voor een leider.
En dat geldt voor ieder mens.
Ik hoorde het ook terug in het verhaal van Jan. Hij vertelde over zijn persoonlijke kantelpunt. Over zijn fietsongeluk en zijn kankerdiagnose. In zijn verhaal beschreef hij eigenlijk exact de condities en menselijke behoeften die nodig zijn om gezond, veerkrachtig en van betekenis te zijn én te blijven. Het zijn dezelfde condities en behoeften die nodig zijn om te kunnen kantelen.
Een gezond en gelukkig leven wensen we elkaar ieder jaar toe met Oud en Nieuw. Over de hele wereld. Maar opvallend genoeg weten we vaak niet welke voorwaarden daarvoor nodig zijn.
Ter plekke besloot ik zijn verhaal langs de lens van het Stroomkompas® te leggen.
Stroomkompas
Het Stroomkompas® is ontwikkeld als meet-, interventie- en gespreksinstrument om organisaties te helpen eerder te zien wat mensen nodig hebben om gezond te blijven.
Wij kantelen dus vóór het te laat is. Van reageren op ziekte naar investeren in gezondheid. We maken zichtbaar welke condities en behoeften onder druk staan, helpen mensen en organisaties herstellen en bepalen samen opnieuw koers.
Deze condities en behoeften zijn universeel.

Jan vertelde hoe hij deze voorwaarden opnieuw ontdekte nadat hij letterlijk tot stilstand was gebracht. Nadat de bodem onder zijn leven was weggezakt. Hij kantelde toen de diagnose was gesteld en het vonnis was geveld.
Zijn verhaal greep me meteen.
Bodem
Omdat ik in mijn werk voortdurend zie hoe belangrijk die bodem is. We zien het belang van deze levenscondities vaak pas wanneer het ontbreekt. Ieder mens, ieder leven an sich, heeft een gezonde bodemstructuur nodig. Een overzichtelijke, gezonde basis biedt veiligheid.
Een kind zonder gezonde basis kan zich moeilijk ontwikkelen. Die basis wordt in belangrijke mate gevormd door ouders.
Maar ook een medewerker zonder gezonde basis kan niet groeien. Die basis wordt mede gevormd door leidinggevenden en bestuurders.
Op een gezonde bodem kan gebouwd worden. Wanneer die bodem onvoldoende structuur biedt, raken we uit balans. Niet omdat we zwak zijn. Maar omdat leven nu eenmaal voorwaarden kent. Opvallend genoeg verlangen veel mensen met een burn-out letterlijk naar aarding. Ze zoeken rust. De natuur. Hun handen in de aarde. Hun voeten in de klei. Blijkbaar is die verbinding met een gezonde bodem geen luxe, maar een wezenlijke levensvoorwaarde. In veel organisaties worden ondertussen nieuwe projecten bedacht. Vaak goed bedoeld. Maar ze landen niet. Niet omdat de ideeën slecht zijn. Maar omdat het fundament ontbreekt waarop ze kunnen groeien.
Ik hoor dan regelmatig dezelfde woorden:
“Deze organisatie is gebouwd op drijfzand.”
Talent
Wat mij vervolgens opviel in het verhaal van Jan, was hoe vaak het ging over iets wat we als samenleving langzaam lijken te verliezen:
Verbinding. Gezien worden.
Mens mogen zijn. Jezelf mogen zijn
Met je kwaliteiten.
Met je kwetsbaarheden.
Met je klachten.
Met je krachten.
Jan vertelde hoe hij in het ziekenhuis vooral werd gezien als patiënt. Als een casus. Een verzameling breuken, scans en medische gegevens. Zijn reactie was eenvoudig:
“Iets menselijker had wel gemogen.”
Misschien zegt die ene zin wel alles. Want een mens wil niet gereduceerd worden tot een diagnose. Niet tot een dossier. Niet tot een functie. Niet tot een label. Niet tot een middel om omzet te vergroten. Een mens wil gezien worden. Niet om wat hij doet, maar om wie hij van nature is. Het natuurlijke patroon van iemand komt tot uiting in activiteiten die gemakkelijk gaan, energie geven en voldoening brengen. Dat noemen wij een talentenpatroon.
Daar laad je van op. Daar groeit zelfvertrouwen. Daar ontstaat rust en vanuit rust ontstaat verbinding.
Veel mensen voelen zich beoordeeld of gereduceerd tot een functie, patiënt, prestatie of label. Terwijl ze diep van binnen verlangen om gezien te worden om wie ze zijn. Juist daarom helpt het om te investeren in talentontwikkeling. Inzetten op je krachten. Juist tijdens ziekte. Ook tijdens re-integratie. Ook tijdens herstel.
Jan vertelde eigenlijk hetzelfde.
Hij heeft kanker. Maar hij wil niet uitsluitend patiënt zijn. Hij wil kijken naar wat hij nog wel kan. Naar wat hem energie geeft.
Positieve sfeer
Hij vertelde ook hoe hij opzag tegen zijn chemokuren. Hij verwachtte een sombere ruimte.
“De kamer des doods.”
Een plek waar angst en verdriet zouden overheersen.
Maar hij trof iets anders. Er werd gelachen. Veel gelachen. En opeens werd zichtbaar hoe belangrijk iets ogenschijnlijk eenvoudigs is:
Een positieve sfeer.
Zelfs wanneer omstandigheden zwaar zijn. Misschien juist dan. In organisaties onderschatten we dat vaak. Alsof sfeer iets vrijblijvends is. Iets zachts. Iets extra’s. Maar een positieve sfeer is geen luxe.
Het is een menselijke basisbehoefte.
Mensen floreren beter wanneer er ruimte is voor humor.
Voor lichtheid.
Voor plezier, en daar hebben we hem weer ….Voor verbinding.
Daarom kijken wij vanuit de positieve psychologie naar mens en organisatie. We kijken naar kracht in plaats van klacht. Naar talent in plaats van tekort.
En we leren leidinggevenden hetzelfde te doen. Ik schreef eerder al dat mensen van betekenis willen zijn. Dat is geen wens. Dat is eveneens een fundamentele menselijke behoefte. Een mens wil ertoe doen.
Van betekenis zijn
Toevallig stond Jan ook hierbij stil. Hij vroeg verpleegkundigen wat hen motiveerde om dit intensieve, vaak onderbetaalde werk te blijven doen. Hun antwoord was eenvoudig:
“Omdat we van betekenis kunnen zijn.”
Wanneer mensen langdurig niet meer ervaren dat zij van betekenis zijn, zie ik vaak hetzelfde gebeuren. De energie verdwijnt. De motivatie neemt af. Het plezier verdwijnt.
En uiteindelijk komt ook de gezondheid onder druk te staan. Niet omdat mensen onvoldoende veerkracht hebben. Maar omdat betekenis voor een mens net zo essentieel is als zuurstof.
Veel zorgmedewerkers zeggen dan ook:
“Het benauwt me. De zorg die ik vroeger aan patiënten kon geven, kan ik tegenwoordig niet meer leveren. We hebben minder tijd voor mensen en meer tijd voor administratie.”
Perspectief
Wat me eveneens opviel, was hoe vaak perspectief terugkwam in zijn verhaal. Perspectief is misschien wel de meest onderschatte menselijke behoefte.
Niet omdat het gaat over het behalen van doelen, maar omdat het richting geeft.
Jan vertelde dat hij achteraf gezien nauwelijks de doelen heeft bereikt die hij ooit had bedacht. Maar dat hij wel altijd perspectief had.
Wat een les.
Voor mensen.
Voor organisaties.
Voor de samenleving.
Geluk zit zelden aan het einde van de reis. Geluk zit in hoe je de reis maakt.
Onderdeel van een systeem
In hoe je omgaat met stormen. In hoe je afstemt op je reisgenoten. In hoe je zorgt voor jezelf én voor de mensen om je heen.
In organisaties zie ik vaak het tegenovergestelde. Het doel wordt een doel op zichzelf.
Koste wat kost. De deadline moet worden gehaald. Het project moet worden afgerond. De reorganisatie moet worden doorgezet. Terwijl mensen onderweg uitvallen. Teams vastlopen. En systemen overbelast raken. We verliezen elkaar.
Dan zijn we vergeten waar de reis eigenlijk voor bedoeld was.
Ik zeg vaak tegen teams:
Als het stormt op zee, steek je ook niet over naar Engeland.”
Ritme, herstel
Iedereen staat dan in een overlevingsstand. Er is geen ruimte voor verbinding. Je moet anticiperen. Improviseren. Schade beperken.
In organisaties zie ik dat regelmatig. Het stormt er soms al jaren, maar we blijven jagen op cijfers, projecten en KPI’s. Ondertussen groeit de schade. Een ongezonde bodemstructuur. Gebrek aan perspectief. Te weinig ritme en herstel.
En uiteindelijk: ongezonde mensen. Dus verzuim.
Jan vertelde hoe hij tegenwoordig bewuster leeft na zijn Kanteltijd.
Meer beweegt en meer geniet, van wandelen met zijn kleindochter tot aan paddelen met vrienden.
Van kleine momenten die vroeger misschien vanzelfsprekend leken. Eigenlijk beschreef hij daarmee iets wat ik dagelijks tegenkom.
Geluk ontstaat niet doordat er steeds iets bijkomt.
Geluk ontstaat doordat we opnieuw aandacht geven aan wat werkelijk belangrijk is.
Dat vraagt keuzes. Op het moment dat jij kiest en je eigen boot richt, kunnen de andere boten in de vloot zich ook richten.
Dat geldt voor individuen.
Voor teams. Voor afdelingen. Voor organisaties.
Daar is moed voor nodig. Hoop. En leiderschap.
Leiderschap dat kiest voor de condities waaronder mensen gezond blijven.
Dat is precies waarom ik zo geloof in het Stroomkompas®.
Waarom wachten tot een diagnose? Waarom wachten tot iemand uitvalt? Waarom wachten tot een organisatie vastloopt?
De meeste signalen zijn er namelijk al veel eerder.
Het lichaam vertelt het.
Gedrag vertelt het.
Teams vertellen het.
Organisaties vertellen het.
We luisteren vaak pas wanneer het pijn gaat doen. Wanneer we gedwongen worden te kantelen. Volgens mij komt dat doordat we nooit echt hebben geleerd wat een mens nodig heeft om gezond en gelukkig te leven. We hebben geleerd te sturen op efficiëntie. Op groei. Op geld als bestemming.
Daardoor raken menselijke behoeften en levenscondities ondersneeuwd.
En horen we steeds vaker uitspraken als:
“Ik weet niet meer waar ik het voor doe.”
“Ik voel me niet gehoord.”
“Ik loop vast.”
“Ik krijg geen ademruimte.”
“Ik voel me alleen staan.”
“Ik heb geen invloed meer.”
“Ik voel me niet competent.”
Achter zulke uitspraken zit meestal geen probleem. Er zit een behoefte achter.
Een conditie die onder druk staat.
Een signaal dat aandacht vraagt.
De reden dat het verhaal van Jan zoveel mensen raakt, is omdat het niet alleen zijn verhaal is. Het is ook ons verhaal.
We herkennen onszelf erin.
Zijn woorden raken aan universele menselijke behoeften.
Aan dezelfde behoeften die ik terughoor in de gesprekken met duizenden mensen die ik de afgelopen jaren heb begeleid.
Over hun kanteltijd.
Over hun zoektocht.
Over wat er gebeurt wanneer fundamentele levenscondities onvoldoende aanwezig zijn. Vanuit die observaties ontwikkelde ik het Stroomkompas®. Niet als instrument om klachten te meten. Maar als lens om zichtbaar te maken wat mensen, teams en organisaties nodig hebben om gezond te blijven.
Want wanneer we begrijpen welke behoeften onder druk staan, wordt ook zichtbaar welke interventie nodig is.
Dan ontstaat richting.
Dan ontstaat taal.
Dan ontstaat een ander gesprek.
Niet:
“Wat gaat er mis?”
Maar:
“Wat is er nodig om weer gezond te kunnen groeien?”
Dat gesprek is volgens mij de toekomst van leiderschap.
Van bevlogen teams.
Van gezonde organisaties.
Van een gezonde samenleving.
Laten we gezondheid als doel stellen en geld gebruiken als middel om gezondheid mogelijk te maken.
Het doel geeft richting.
De reis kennen we nog niet volledig.
Maar onderweg kunnen we wel recht doen aan het leven.
Aan dat van jou.
Aan dat van mij.
En aan de wereld om ons heen.

Dank Jan

